Suriname en India hebben hun samenwerking verder verstevigd met de ondertekening van een overeenkomst voor de uitvoering van de zogenoemde Quick Impact Projects (QIPs). De overeenkomst werd op dinsdag 9 september 2025 officieel bezegeld door minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS) en de Indiase ambassadeur in Suriname, Subhash Gupta.
Het akkoord maakt deel uit van het Indiase Grant Assistance Program, dat Suriname in staat stelt om de komende vijf jaar jaarlijks maximaal vijf projecten uit te voeren met een maximumbedrag van 50.000 Amerikaanse dollar per project. Minister Bouva gaf aan dat vier van de vijf projecten uit de eerste cyclus eerder dit jaar succesvol zijn afgerond.
Het gaat om het versterken van laboratoriumonderzoek aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, de rehabilitatie van het Roblesplein in Nickerie, de upgrading van ICT-faciliteiten bij het Natuurtechnisch Instituut (Natin) en de aanleg van een synthetische joggingsbaan in Wanica. Het vijfde project – de installatie van verkeerslichten nabij het Lyceumcomplex – is nog in uitvoering.
“Deze projecten hebben niet alleen tastbare verbeteringen gebracht, maar ook waardevolle lessen opgeleverd voor toekomstige samenwerking,” benadrukte Bouva. Hij sprak zijn dank uit aan de Indiase regering voor de voortdurende steun en wees op de brede reikwijdte van de samenwerking, die onder meer onderwijs, gezondheidszorg, ICT, infrastructuur, cultuur en voedselhulp omvat.
Ambassadeur Subhash Gupta onderstreepte dat de QIPs deel uitmaken van een breder ontwikkelingspartnerschap tussen beide landen. Hij verwees naar projecten op het gebied van gezondheidszorg, fruitverwerking, sportontwikkeling en culturele uitwisseling. Volgens de diplomaat dragen de initiatieven bij aan directe en tastbare verbeteringen in Suriname en worden ze uitgevoerd op basis van wederzijds respect en gedeeld voordeel.
Gupta voegde eraan toe dat toekomstige projecten zullen bijdragen aan de sociale en economische vooruitgang van Suriname, in lijn met de gezamenlijke visie op duurzame ontwikkeling.


