zondag 4 december 2022
25.5 C
Paramaribo
1.1 C
Amsterdam
4.7
(3)

Lobi singi, lief, uitdagend of venijnig (1900- 1950)

lees ook ...

Voorlopig ‘linnen’ of ‘blauw’ rijbew...

De afdeling Public Relations van het Korps Politie Suriname maakt namens de afdeling Rijbewijzen het volgende bekend: de groep rijbewijshouders die  naar het buitenland moeten en een aanvraag hebben i...

Lobi singi is niet te vertalen als liefdeslied, omdat het om oorspronkelijk acapella gezongen liederen gaat over relaties. In het Surinaams wordt in bepaalde gezongen over liefde, maar andere waren ook over haat, nijd, afgunst en jaloezie tussen mensen. De lobi singi hebben geen bepaalde muzikale structuur. Het kan een vrolijk walsje zijn met een half verscholen boodschap als: Adriaan, Adriaan, pley nanga mi, ma no fas’ mi kindi. (Adriaan speel met me, maar raak mijn knie niet aan). Maar ook uitdagend als: San ye luku mi, san ye watyi mi, waarom bekijk je en bespied je me?

Deelneemsters
De deelneemsters waren vaak succesvolle marktvrouwen. De lokale handel in landbouwproducten, vis, vlees en gekookte gerechten was in handen van Afro Surinaamse vrouwen. In Afrika bv. Ghana is dit nog steeds het geval. Verstandige marktvrouwen kunnen financieel zeer welvarend zijn, en draaien in Ghana de locale voedselproductie en verkoop. Afro Surinaamse beroepen van volksvrouwen toen waren , kokkin, wasvrouw, dienstvrouw en de beter verdienende modistes, de dresi frow (kruiden geneeskunst beoefenaar).
De beroepen van de Afro Surinaamse mannen waren geschoold handwerk zoals timmerman, (baksteen-)metselaar, schoenmaker, kleermaker, kapper, goudsmid, meubelmaker, schrijnwerker, (houtbewerker) of monteur, veeboeren en verder vissers. Velen hadden hun eigen onderneming. Helaas hebben Afro Surinamers deze met name ondernemende beroepen verlaten om zich meer te richten op intelectuele scholing, omdat dit meer aanzien genoot, terwijl met een beroep als marktvrouw of visser vele malen meer te verdienen valt

Bos werk
Omdat er toen ook grote werkloosheid heerste in Paramaribo, trokken veel mannen uit de stad ook vaker het bos in om te werken als houthakker, goudzoeker of ballatableeder (rubbertappers). Caprino verrklaarde het liedje dat begint met Gowtu bari pingelang pangelang. Het is een lied van de goudzoekers die goud wonnen in kreken en rivieren met een battee, een metalen kom met kwik erin. Die wordt schommelend met de handen bewogen zodat het water eruit gaat en de korreltjes goud achterbleven. Het goud laat zich vooral bij het vinden van een klompje horen als een zacht pingelang- pangelang, zoals in het liedje bezongen wordt.
In Para droegen stoere vrouwen de in het bos verzaagde planken op hun hoofd naar hun dorp, naast dat zij hun voedsel zelf verbouwden, bittere cassave verwerkten en hun kinderen opbrachten. Vrouwen speelden verder nog een kleine rol bij de balata, zij wasten bij de aanlegplaats in Paramaribo de tot dikke vellen geplette balata (boom-rubber) omdat die altijd wat vuil was na de lange bootreis vanaf het bosland.
Bij het goud winnen gingen vrouwen soms mee naar het bos, als kokkin, maar ook om het oudste beroep uit te oefenen. Verder hielpen vrouwen ook als goud-smokkelaarster, want bijvoorbeeld te Kwaku gron, waar belasting werd geheven op goud, want ‘s Lands militairen mochten geen vrouwen fouilleren. Dus daarom deed de vrouw van de gedetacheerde commandant dat in een enkel geval.
Liefdesliederen
De mannen die hun gezinsleven opofferden om op zee of in het bos te werken maakten ook vaak liefdesliederen ten afscheid van hun vrouwen. Aleksi de Drie (die visser was in Commewijne) kende vele van die liederen en ter illustratie werd Lieve Hugo’s “Blaka Rowsu now ye gwe”, gezongen, al is dat muziek van na 1970.

Lobi singi
Om terug te komen op vrouwen met de lobi singi, de uitvoering vond tussen 1900 en 1950 plaats in de openlucht op het terrein waar nu de EBS staat aan de Saramacca straat. Er werd afgesproken door elkaar beconcurrerende vrouwen, die groepjes vormden en dan hun show gaven in hun mooiste koto en angisa (dracht van traditionele rok, jakje en kunstig gesteven, gevouwen hoofddoek) Behangen met gouden sieraden en kralenkettingen, maakten zij actuele liederen en zongen over liefde, maar ook over jaloezie en afgunst, waarbij er heel persoonlijke, venijnige, humoristische teksten uitkwamen. De lobi singi uitvoeringen aan de Saramaccastraat werden tenslotte verboden omdat ze soms ontaardden in vechtpartijen, waarbij de volksvrouwen elkaar te lijf gingen met de vuisten en kopstoten (“boeken” werd dat genoemd).

Mati-sma
Omdat het werk in het bos voor de mannen zo gevaarlijk was – dodelijke malaria, slagenbeten en ongelukken- en zij zeker drie maanden wegbleven, waren de vrouwen meest op elkaar aangewezen. Naast vriendinnen werden de vrouwen soms ook intieme partners van elkaar, de mati-sma, of lesbische vrouwen en die bleven vaak tot de dood voor elkaar (en elkaars kinderen) zorgen. Tijdens de lezing werd nog veel meer historische informatie gegeven, die in dit artikel slechts in vogelvlucht behandeld kon worden.

En.. wat vond je van dit artikel?

-- Advertentie / POJ - 218001 --
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

redactie tip

meer Column, Suriname nieuws »

meest gelezen

HomeColumnLobi singi, lief, uitdagend of venijnig (1900- 1950)