Wil je de ingi begrijpen...dan moet je echter hen cultuur kennen ! | Culturu.com
Suriname Nieuws Magazine

Wil je de ingi begrijpen...dan moet je echter hen cultuur kennen !

  • 16 reactie(s)
  • 16423 x bekeken
  • 16 reactie(s)
  • 16423 x bekeken
*

Tyana

Re: Wil je de ingi begrijpen...dan moet je echter hen cultuur kennen !
« Reactie #15 Gepost op: 05 mei 2018, 04:59 »
Wat was de middel van bestaan van de arowakken?
Advertentie
Advertentie

*

Offline Loverboy

  • ******
  • 6529
    • Bekijk profiel
Re: Wil je de ingi begrijpen...dan moet je echter hen cultuur kennen !
« Reactie #16 Gepost op: 28 oktober 2018, 20:00 »
Benedenlandsche indianen.aant.

(arowakken, karaïben en waraus). -
   
Inleiding. Algemeenheden.

- Onder B.I. verstaat men die Indianen van Suriname, welke verdeeld in 3 stammen, in de kustlanden en aan den benedenloop der rivieren wonen, d.i. tusschen de zee en ongeveer 5½o N.B. en tusschen de Corantijn en Marowijne. Het is een uitgestrekt, waterrijk laagland dat, op de zandige savana's na, met zware bosschen is bedekt. De drie stammen zijn de Karaïben, Arowakken en Waraus, die, met de Bovenlandsche Indianen van Suriname, tot een en hetzelfde groote ethnographisch- of liever ethnologisch-hydrographische gewest behooren. Dit gewest bevat in het N. het stroomgebied van de Orinoco, Amazone en het hoogland van Guyana en reikt zuidwaarts tot aan de Paraguayrivier. Ethnologisch behooren de Groote en Kleine Antillen ook tot dit gewest. De in dit gebied gesproken talen en dialecten behooren tot drie geheel verschillende linguistische familiën of taalstammen: Karaïbisch, Arowaksch en Warausch.

Alvorens dit onderwerp verder te behandelen, is een verklaring of uitlegging noodzakelijk. Een ethnographische beschrijving van de huidige Ben. Ind. te geven, volgens de eischen der moderne wetenschap, is een moeilijke en vrij ondankbare taak en kan uit den aard der zaak, niet anders dan hoogst onvolledig zijn. Deze Indianen toch zijn niet meer dan de zwakke overblijfselen van eenmaal talrijke en machtige stammen, die thans voor een groot gedeelte in ethnologischen zin sterk ontaard zijn. Vele oude gebruiken en instellingen zijn voor goed verdwenen. Hun mythen en legenden zijn zeer verbasterd. Een aantal hunner vroegere ethnographica is nauwelijks meer bij naam bekend. Kortom de zoogen. beschaving van den blanke heeft ook onder deze Indianen haar werk van degeneratie en vernietiging verricht, ofschoon nog niet geheel volbracht. Het zou natuurlijk een ongerijmdheid zijn, deze Indianen te beschrijven te gelijk zooals zij waren en zooals zij zijn, omdat daardoor een onmogeiijk verdraaid en onjuist beeld zou ontstaan. Het verkieselijkst schijnt, hen te schildederen volgens den toestand, waarin zij zich gedurende de laatste 25 à 30 jaren hebben bevonden en grootendeels nog bevinden tot op den huidigen dag; en verder te wijzen op verdwenen zeden, ethnographica enz., waar het te pas komt. Hoewel linguistisch verschillend, zijn de K., A. en W. ethnologisch ten nauwste verwant, hetgeen is toe te schrijven aan dezelfde anthropogeographische voorwaarden, waaronder deze drie stammen sedert onheugelijke tijden hebben geleefd; om van hun anthropologisch-psychologische verwantschap niet te spreken. Van daar, dat waar men één stam beschrijft, die beschrijving voor een groot gedeelte op de beide andere stammen van toepassing is. De W. wijken in menig opzicht nog het meest af; maar aangezien deze Indianen tegenwoordig niet meer dan sporadisch in Suriname schijnen voor te komen, waarschijnlijk vooral tengevolge hunner gestadige verhuizing naar Britsch Guyana, wordt van hen in dit artikel niet dan ter loops gewag gemaakt. De hier volgende beschrijving der K. en A. is dus in hoofdzaak een algemeene. Waar tusschen beide stammen verschillen bestaan, worden die zooveel mogelijk vermeld. Een scherpe onderscheiding is echter niet altijd mogelijk, daar nagenoeg allen die tot nog toe de K. en A. van Suriname hebben beschreven, te veel hebben gegeneraliseerd. Ook in Beneden-Suriname, zooals in zoovele verre gewesten, zijn de vakethnologen te laat gekomen. Van daar, dat zeer veel van het innerlijke leven dezer Indianen van voorheen ons voor altijd onbekend zal blijven. Behalve hetgeen oude schrijvers berichten, kan slechts een vergelijkende studie der overige nog min of meer oorspronkelijke Indianenstammen van genoemd ethnologisch-hydrographisch gewest ons leeren, hoe het in lang vervlogen tijden onder de Ben. Ind. was gesteld. In de eerste plaats de Surin. Bovenl. Ind. (Roekoejana's, Trio's e.a.) en dan de stammen in Britsch- en Fransch-Guyana, zoover zij niet door de beschaving zijn ontaard. Van het bekende uitgaande, kan men ook voor de Ben. Ind. per analogiam en met vrij groote waarschijnlijheid uitmaken, hoe het met zekere godsdienstige begrippen, gebruiken, het ‘Culturbesitz’ en andere dingen in den ouden tijd was gesteld. -

Aangezien het Nederl. Koloniaal Bestuur het nooit der moeite waard heeft geacht of niet in staat is geweest, eens een behoorlijke volkstelling onder de Indianen te houden, verkeeren wij omtrent het aantal, dat overigens stellig niet groot is, in het onzekere. De cijfers in de koloniale verslagen verdienen weinig vertrouwen. Terwijl in Koloniaal Verslag 1911 het geheele aantal Benedenl. Indianen op ± 1000 wordt geschat, wordt in het K.V. 1913 hun aantal als 1520 koppen bedragende aangegeven. Het is duidelijk, dat éen dier opgaven foutief moet zijn, aangezien eene vermeerdering van ± 500 koppen in twee jaren niet is aan te nemen. Zelfs omtrent eenige nederzettingen der Ben. Ind. ontbreken betrouwbare gegevens. Ook in andere opzichten heeft men van officiëele zijde de Indianen geheel aan hun lot overgelaten. Terecht schreef prof. Joest: ‘die betrefenden Regierungen (de Nederlandsche en de Fransche).... und das kann man ihnen nur zu schwerem Vorwurf rechnen - haben sich um dieselben überhaupt nie gekümmert’.

Geen der beneden-stammen bewoont in zijn geheel een bepaald omgrensd, afzonderlijk gebied, hoewel leden van een en denzelfden stam in den regel in een vestiging bij elkaar wonen. Karaïbische en Arowaksche nederzettingen - kampen of dorpen - zijn door elkander langs verschillende rivieren verspreid. Van het O. naar het W. gaande, worden K. gevonden bij Albina aan de Marowijne, aan de Boven-Cottica (?), Boven-Suriname, Beneden-Saramacca (?), Coppename, Tibiti en Wajombo. A. eveneens bij Albina, aan de Perica (?), Beneden-Para, aan de Suriname, voornamelijk langs de Siparipabo-kreek en de Surnaus-kreek, aan de Wajombo en de Maratacca. Aan laatstgen. rivier wonen onder de Arowakken waarschijnlijk eenige Waraus.

De Surinaamsche Karaïben of Caraïben noemen zich zelven Kalinja of Kalienja. Het is de stam der ‘True Caribs’ van im Thurn, ter onderscheiding van ‘Caribs’, waarmede hij de geheele linguistische familie der Karaïben bedoelt. Synoniemen zijn: Carinya, Kalina, Galibis, Carribees, Caribes, Cariben, Caribes en Caribisi. Deze laatste naam is, volgens im Thurn, een ongerijmdheid, daar dit woord ‘woonplaats der Caraïben’ beteekent, zooals Ituribisci, een rivier in Br. Guyana, de ‘woonplaats van den ituri of brulaap’ beteekent en Aroabisci, de naam van een district, de ‘woonplaats van de aroa of tijger’. De K. worden door de Arowakken Basiri genoemd en ook wel Kalipini; de Arowakken noemen zich zelven Lokonó, sing. Loko. Zij heeten bij de K. Tandekerli (staartjes).
   
[p. 102]
   

Arrowakken, Arawakken zijn, onder meer andere, variatiën van denzelfden naam, wiens etymologie onzeker is. De Waraus, Warraus, Warrauen of Worrows zijn synoniem met de Guaraunos van de Orinoco-delta. De naam Bokken, in Br. Guyana Bucks, die collectief voor Indianen wordt of werd gebruikt, is hoogstwaarschijnlijk van Europeeschen oorsprong en wellicht verwant aan het Braziliaansch-Portugeesche Bugre en Bocle, welk woord men in Karboeger, Cabugru en Cabocle terugvindt. Het behoeft nauwelijks gezegd, dat Bok met Botocudos en Lokonó niets heeft uittestaan, maar dat het een vertaling van den ouden stamnaam Cabres zou zijn, lijkt niet onmogelijk. De Karaïben noemen de blanken Parana-wokeloe (Zeemannen) terwijl de Arowakken hen Faleto noemen. De Negers heeten bij de K. Mekolo; bij de A. Djoeli of Konokodi. Holland heet bij de K. Djoepawoeloe.

Behalve hun eigen talen spreken de meeste Indianen, althans de mannen, ook Neger-Engelsch, in welke taal Indiaan Iengi luidt.

Het stamland der Karaïben was hoogstwaarschijnlijk het huidige Centraal-Brazilië; dat der Arowakken moet worden gezocht in het laagland van wat tegenwoordig Venezuela en Guyana heet. De Waraus kwamen uit het W. in Suriname. De K. onderscheidden zich vooral door hun krijgszuchtigen aard. De A. van het vasteland stonden in cultuur hooger dan de andere omwonende volksstammen. De A. waren waarschijnlijk de uitvinders van de hangmatten, de verspreiders der mais- en tabakscultuur en uitmuntende pottebakkers. De W. waren de vervaardigers van voortreffelijke vaartuigen.

Wat de geschiedenis der drie stammen vóór de komst der Europeanen betreft, verkeeren wij grootendeels in het duister. Wij weten alleen, dat het vooral een lange geschiedenis was van onderlinge oorlogen, die ook na de komst der Europeanen niet geheel ophielden, en vele verschuivingen dier stammen tengevolge hadden. Na dien tijd is de geschiedenis dier stammen, voor een deel althans, met die der kolonie samengevlochten.
misschien zijn er meer indianen in het grote bos die nog nooit een mens hebben gezien. laats in Brazilië is een nieuw stam ontdekt.

Loverboy
maak me blij, maak me gelukkig  en ik zal je geven wat je wenst.mijn naam is Loverboy