Jorka Torie | Culturu.com
|
NIEUWS
  • Data loading...

Jorka Torie

  • 12 reactie(s)
  • 16265 x bekeken
*

Dogla--

Jorka Torie
« Gepost op: 01 maart 2011, 16:51 »
Ten eerste dit is niet mijn verhaal maar dit heb ik op een andere site gevonden. Ik heb deze hier geplaatst omdat ik deze nogal aangrijpend vond. Veel leesplezier!

Wat ik je nu ga vertellen, houdt mij nog steeds bezig. Het zal me altijd bezighouden. Een stuk van mij is gestorven en die schrijnende pijn zal altijd deel van me blijven uitmaken.

Mijn man, mijn zoontje van 7 jaar en ik, betrokken een woning in de X. straat te Paramaribo: een oude, houten woning, met krakende vloeren, uit de hengsels hangende ramen en deuren, maar in elk geval hadden we de beschikking over een eigen huis.

Dat was ons heel wat waard, want daarvoor hadden we bijna acht jaren bij mijn ouders ingewoond. Geloof me: het waren acht moeizame jaren, vol ruzies, verwijten over en weer en spanningen. Al die onenigheden waren niet echt de schuld van mijn ouders, maar waren ook niet onze schuld. Het is inherent aan veel mensen onder één dak, dat er op den duur problemen ontstaan. Maar goed… Eigen haard is goud waard, home sweet home. Wij waren blij met ons eerste onderkomen.

Eigenlijk begonnen de problemen vrij snel. Ik kan me herinneren dat mijn zoontje Remi na een paar nachten al begon te klagen, dat hij bang was in het huis. Hij zei dat er een vreemde, donkere man in zijn kamer woonde en dat die donkere man hem wilde meenemen. Natuurlijk waren we verstandig genoeg om geen geloof aan zijn verhaal te hechten. Kinderen hebben vaker dit soort zelf verzonnen problemen, of ze zien vaker zelf ingebeelde gevaren, omdat een nieuwe woonomgeving vaak traumatiserend kan zijn voor hen. Jonge kinderen moeten na een verhuizing wennen aan een nieuwe leefomgeving, aan een nieuwe school, aan nieuwe vriendjes en aan de nieuwe woning. Daarbij verzinnen ze van alles, om hun ongenoegen kenbaar te maken. We spraken ons zoontje alle waanideeën uit zijn hoofd… dachten we! Die kleine rakker hield echter dapper vol. Weken vergleden en zijn situatie begon ons zorgen te baren, omdat hij werd lastig gevallen door nachtmerries. Midden in de nacht kon je hem horen huilen, of schreeuwen. Dan moesten we weer eens uit bed, om hem te troosten. Op den duur lieten we de verlichting in zijn kamer aan, zodat hij minder bang zou zijn. Ook dat hielp niet. Hij bleef bang en angstig en schichtig. Mijn kleine bengel, voordien uitbundig, extravert en vrolijk, begon te veranderen in een stille, in zichzelf gekeerd kind.
‘Mama,’ sprak hij op een avond tijdens het eten, ‘jij en pa geloven me niet. Maar ik verzin niets. Er is een man in huis. Een donkere man en die man wordt steeds bozer. Hij houdt van kleine kinderen, maar dan op een enge manier. Hij is niet lief en hij wil niet spelen. Hij zoekt me op in mijn dromen en hij maakt me bang! Ik wil niet in mijn kamer slapen! Mag ik bij jullie slapen? Toe… ‘
Een smekende blik volgde. Mijn man schoot die dag vreselijk uit zijn slof.

‘Luister jongen, ik zeg het nog één keer: jouw moeder heeft nooit iets gevoeld, of gezien en ik ook niet. Er zijn inmiddels vele familieleden en vrienden over de vloer geweest en niemand heeft iets raars meegemaakt. Ik heb twee nachten met jou meegeslapen, omdat je bang was. Er is niets gebeurd, ik heb niemand gezien. Ik ben dat gezeur van je spuugzat! Ophouden nu! Je hebt een mooie kamer, een eigen bed, eigen spullen… Jij zou blij moeten zijn. Je moet wennen aan je nieuwe omgeving, daarom doe jij zo raar! Ik zeg het nog één keer, Remi en daarna wil ik er nooit meer iets over horen. Er is niets en niemand in je kamer. Niemand! Je hebt nachtmerries, omdat jij jezelf bang maakt. De volgende keer, ik zweer het… de volgende keer, dat je weer over die onzin begint, ram ik je kop eraf! Nu mond houden en dooreten!’
Voor eventjes was mijn zoontje stil en daarna sprak hij snel: ‘Natuurlijk zie je hem niet, want je bent geen kind. Ik zie hem wel.’
Voordat ik hem kon tegenhouden, sprong mijn man overeind en verkocht mijn zoontje een enorme lel op zijn hoofd.
‘Eduard, ben je gek geworden?’ kreet ik, terwijl ik overeind sprong en beschermend mijn armen om mijn zoontje legde. Vloekend en tierend verliet mijn man de woonkamer. Hij keek niet meer om naar zijn eten.
Ik heb mijn man altijd gezegd: als je een kind slaat, sla dan op de billen, maar nooit op het hoofd, want je weet nooit wat je daar binnen beschadigt. Je bent misschien verbaasd, maar in Suriname was het destijds normaal om moeilijke kinderen een opvoedende, of corrigerende tik te verkopen. Ik vind het nog steeds normaal, dan ontsporen kinderen tenminste niet.

De dagen daarna hield mijn zoontje zich koest. Maar vier dagen later, terwijl ik het ontbijt aan het voorbereiden was in de keuken, kwam hij in de deuropening staan.
‘Ma, waar is papa?’
‘Pa is in de badkamer. Waarom?’
Ik keek om en raakte helemaal vertederd door de aanblik van zijn donkere ogen, zijn mahoniehouten huidskleur en de slaap die nog niet helemaal uit zijn ogen was verdwenen. Hij gaapte, rekte zich uit en leunde tegen de deurpost. Zo’n klein kereltje van zeven jaar kan soms heel vertederend zijn. Zijn gelaatstrekken veranderden. Wat keek hij opeens serieus en wat oogde hij ernstig.
‘Ma. Die man was er weer en hij heeft gezegd dat hij neef Alfons gaat meenemen. Vandaag.’
Ik maakte een luide tjoerrie, dat typisch Surinaamse zuiggeluid vol afkeuring, en keek hem waarschuwend aan.
‘Luister jongen! Hou je mond, voordat je vader je hoort, anders zijn de rapen gaar. Wil je weer een mep?’
Mijn zoontje keek bedremmeld naar de vloer, richtte zijn hoofd op en opeens kropen er tranen uit zijn ooghoeken. Ik was stomverbaasd, omdat ik niet gedacht had dat hij alles zo serieus nam.
‘Mama, luister dan alsjeblieft naar mij: kun je Alfons niet waarschuwen? Mama, hij gaat neef Alfons meenemen!’
Ik liet alle keukengerei los, liep naar mijn zoontje toe, drukte hem tegen me aan en gaf hem een stevige zoen op zijn voorhoofd.
‘Luister, er gebeurt niets met jou en ook niet met neef Alfons. Wij zijn er toch om jullie te beschermen? Wees niet bang en nu tranen drogen, mondje dicht, tanden poetsen en ontbijten, want als je vader dit hoort, dan zwaait er wat!’ sprak ik zachtjes.

Ik vergeet het nooit meer. Nooit! Om vier uur in de middag bereikte ons het bericht, dat mijn neefje Alfons, zoontje van mijn zusje, op weg van een vriendje naar huis, door een auto was overreden en overleden! De man die de slechte tijding bracht (een buurman van mijn zus) stond in onze voorkamer en keek verslagen voor zich uit.
‘Het spijt me van dit slechte nieuws,’sprak hij, ‘ik vind het heel erg. Voor jullie, maar ook voor mezelf. Alfons was een goede jongen. Vanaf zijn geboorte waren we al buren.’
Je wilt niet weten door wat voor horror ik overmand werd. Kippenvel over mijn hele lichaam, ogen groot en rond van verbijstering, terwijl ik met open mond naar mijn zoontje staarde, die tegen de eettafel leunde. Zijn gezicht was asgrauw en hij leek op een standbeeld. Mijn man was net thuis. Hij was zich aan het opfrissen en stond gekleed in een korte broek en een onderhemd, met een baddoek over zijn schouder naast mijn zoon.
‘Ik heb het je gezegd, ma! Ik zei je vanmorgen al dat die man Alfons zou meenemen en dat je hem moest waarschuwen, maar je geloofde me niet en nu is neef Alfons dood. Het is jouw fout! Jouw schuld! Het komt allemaal door jou!’ schreeuwde mijn zoon me verwijtend toe.
Het hoofd van mijn man ging heen en weer tussen mijn zoon en mij, alsof hij een tenniswedstrijd volgde.
‘Wat bedoelt Remi? Yvonne, wat bedoelt hij?’ sprak mijn man.

Ik weet nog dat ik naar adem hapte en daarna was er niets meer, behalve duisternis. Toen ik bij bewustzijn kwam, stonden mijn man, mijn zoontje, twee buurvrouwen en de persoon die het slechte nieuws had gebracht, over me heen gebogen. De bezorgdheid droop van hun gelaat. Moeizaam krabbelde ik overeind en daarna vertelde ik alle aanwezigen wat mijn zoontje die ochtend had verteld.

We wisten niet precies wat voor kwade macht er in onze woning huisde, maar we wilden er ook niet achterkomen. De dood van Alfons bewees, dat mijn zoontje niet gek was en zich niets verbeeldde, maar dat hij echt bezocht werd door een fantoom uit een andere wereld… en het fantoom had het op kinderen gemunt. Mijn Remi zou niet aan hem worden geofferd.
Binnen twee dagen was alles gepakt en trokken we weer in bij mijn ouders. In de weken daarna gebeurde er van alles. Angst regeerde. Angst voor het onbekende. Angst dat het spook, de geest, de jorka, of wat die vreemde entiteit in de vorige woning ook mocht zijn, met ons meeverhuisd was. Zou hij Remi blijven lastig vallen? Waren we wel veilig?
De ene gebedsdienst volgde de andere op. Lukumans en bonoemans kwamen en gingen. Rituele baden, uitdrijvingsrituelen, gebedssessies… Alles hebben we gedaan. Blijkbaar had alles wel effect, want mijn zoontje werd niet meer geplaagd door nachtmerries en kreeg geen bezoek meer van entiteiten uit de hel.

Vier jaar later vertrok mijn jongste zus naar Nederland. Mijn zoontje Remi was toen 11 jaar oud. Nog eens vier jaar later vertrok Remi zelf naar Nederland. Hij was toen 15. Remi kon namelijk heel goed leren. Hij was zeer intelligent. Volgens mijn zusje in Holland, moesten we hem in Nederland laten studeren, omdat daar veel meer kansen lagen in het onderwijs en het onderwijsniveau hoger lag dan in Suriname.
Al had ik inmiddels nog twee heerlijke kinderen erbij, twee geweldige, prachtige, gezonde dochters, toch was mijn moederhart ontroostbaar, omdat mijn oudste kind, mijn Remi, ons achterlatend naar Nederland vertrok. Ik wist dat mijn zusje goed voor hem zou zorgen en hij niets tekort zou komen, want ik kende mijn zusje. Maar een moederhart is moeilijk. Een moeder draagt een kind negen maanden in de buik. Haar binding met een kind is heel anders dan de binding tussen een vader en een kind: veel emotioneler, veel dieper.
Remi en wij hielden regelmatig contact met elkaar via brieven en middels telefoongesprekken. Ergens na een jaar viel het ons allemaal op, dat Remi zwaarmoedig was. Tijdens onze telefoongesprekken viel hij stil, of klonk hij depressief. De toon in zijn brieven werd ook steeds zwaarmoediger. Navraag aan mijn zusje leerde dat hij geen problemen had, dat hij goed meekwam op school, maar dat hij aangaf wel heimwee te hebben naar Suriname. We schreven de sombere toon in zijn brieven toe aan de toegenomen heimwee en sloegen er geen acht meer op.
Toen kwam de onheilstijding: één telefoontje. Eén telefoontje slechts tussen hemel en hel, één telefoontje tussen leven en dood, één telefoontje tussen geluk een eeuwigdurende pijn…

Mijn zwager belde, dat mijn zoon, mijn Remi, mijn oogappel, mijn eerstgeborene, het kind dat ik als eerste aan mijn borsten had gezoogd, mijn grootste rijkdom, zichzelf voor de trein had gegooid. Dood! Zelfmoord. Niemand wist waarom, niemand kon een reden bedenken, niemand had het zien aankomen. Zijn plotselinge overlijden kwam voor ons als een donderslag bij heldere hemel. Gehuild hebben we… gehuild… Dag en nacht. Mijn wereld stortte in.
Mijn man en ik zijn in Nederland geweest voor de begrafenis van mijn zoon. Mijn twee dochters hebben we in Suriname achtergelaten onder de hoede van mijn moeder. We hadden, ondanks steun van familie uit Nederland, niet voldoende geld om met ons allen naar Nederland te gaan. Nu ik je dit vertel, gebeurt er zoveel met mij. Er komt zoveel naar boven. Ik wil zoveel vertellen, maar tegelijkertijd wil ik je niets vertellen over de begrafenis van mijn zoon. Ik kan het niet aan. Het wordt me teveel. Eén ding wil ik wel kwijt: geen mens hoort zijn eigen kind te begraven. Het hoort niet, het past niet, het is tegennatuurlijk.

Er is daarna zoveel gebeurd; ergens verweet ik mijn zusje en zwager, dat ze dit niet hadden zien aankomen. Mijn man was verstandiger en gaf me een reprimande voor mijn verwijtende uitlatingen. Aan de andere kant zat mijn zusje uit zichzelf al vol schuldgevoelens, dat ze het vreselijke gebeuren niet had zien aankomen. Ook haalden we alle spullen van mijn zoon overhoop in de verwachting iets aan te treffen, waaruit zou blijken, waarom hij zelfmoord had gepleegd. Helaas! Gesprekken met zijn vrienden en klasgenoten brachten ook niets aan het licht.

Toen wij twee weken later in Suriname terugkeerden, werd me door mijn moeder een brief overhandigd. Er stond geen afzender op, maar de brief was wel aan mij en mijn man geadresseerd. Mijn moeder had de brief ontvangen, toen wij al naar Nederland vertrokken waren voor de begrafenis van Remi. Waarschijnlijk heeft Remi eerst de brief op de post gedaan en daarna heeft hij zichzelf van het leven beroofd. Als je even wacht, dan haal ik de brief.
Alsjeblieft: hier is de brief. U mag van mij de inhoud van de brief volledig overnemen in uw boek, maar geen adresgegevens en namen vermelden. Deze brief is mijn dreiging, mijn zwaard van damocles en tegelijkertijd het laatste teken van leven van mijn zoon Remi.

Lieve ma, beste pa,

Als jullie dit lezen, dan ben ik er niet meer. Waar ik dan ben, dat weet ik niet. Ik bid tot de Lieve Heer, dat Hij mij mag leiden en bevrijden van het kwaad, dat mij beloert.
Weten jullie nog, jaren geleden, toen wij in het vorige huis werden geplaagd door een verschijning? Weten jullie nog dat die vreemde verschijning, het leven van neef Alfons genomen heeft? Lieve mama, ik ben zo bang. Hij is terug! Hier, in Nederland en hij wil mij hebben. Mij alleen. Hij heeft me voor de keus gesteld. Of ik ga met hem mee, of hij neemt mijn twee zusjes mee. Mama, hoe kan ik hem mijn twee zusjes laten meenemen? Hoe kan ik hem jou en papa verdriet laten doen? Moet ik ter wille van mezelf, mijn eigen bloed opofferen?
Vergeef me vader, voor wat ik waarschijnlijk al gedaan heb. Ik heb het gedaan uit liefde: liefde voor jullie en liefde voor mijn zusjes. Ik hou van jullie allemaal, voor altijd. Lieve mama, ik had zoveel plannen, ik wilde jullie zo graag nog een keer zien, ik wilde met mijn zusjes kunnen spelen, ik mis Suriname. Ik ben in Nederland, maar mijn hart is in Suriname gebleven.
Bid voor mij, mama, bid voor mij.

Remi

Ik weet niet wat voor kwaad mijn Remi heeft afgepakt van mij. Zijn Remi en Alfons de enigen die ten prooi zijn gevallen aan de lange, donkere verschijning? Zijn er meerdere van die kwade wezens actief hier op aarde? Waar komen ze vandaan? Waarom worden ze niet gestuit door God? Hoeveel zelfmoorden komen door toedoen van deze hellebroedsels tot stand? Ik weet het niet… Op geen van de vragen heb ik antwoorden.
Ik weet dat mijn zoon aan mij is ontnomen door iets vreselijks en ik ben bang, heel bang… Zijn mijn andere kinderen veilig, of duikt die figuur binnenkort weer op, om hen ook aan mij te ontstelen? Die angst is vreselijk. Ik moet ermee leren leven.

Ik geef je een tip mee. Jij zegt dat je dit verhaal in een boek gaat opnemen, nou… Laat het dan ook een tip zijn voor de lezers: vertrouw op kinderogen! Kinderen zijn net honden: ze zien dingen, die ons volwassenen ontgaan. Kaffer je kind niet zomaar uit, verwijs niet al haar verhalen naar fabeltjesland, want kinder ogen zien meer dan jij en ik!



Re: Jorka Torie
« Reactie #1 Gepost op: 03 maart 2011, 14:09 »
Ten eerste dit is niet mijn verhaal maar dit heb ik op een andere site gevonden. Ik heb deze hier geplaatst omdat ik deze nogal aangrijpend vond. Veel leesplezier!

Wat ik je nu ga vertellen, houdt mij nog steeds bezig. Het zal me altijd bezighouden. Een stuk van mij is gestorven en die schrijnende pijn zal altijd deel van me blijven uitmaken.

Mijn man, mijn zoontje van 7 jaar en ik, betrokken een woning in de X. straat te Paramaribo: een oude, houten woning, met krakende vloeren, uit de hengsels hangende ramen en deuren, maar in elk geval hadden we de beschikking over een eigen huis.

Dat was ons heel wat waard, want daarvoor hadden we bijna acht jaren bij mijn ouders ingewoond. Geloof me: het waren acht moeizame jaren, vol ruzies, verwijten over en weer en spanningen. Al die onenigheden waren niet echt de schuld van mijn ouders, maar waren ook niet onze schuld. Het is inherent aan veel mensen onder één dak, dat er op den duur problemen ontstaan. Maar goed… Eigen haard is goud waard, home sweet home. Wij waren blij met ons eerste onderkomen.

Eigenlijk begonnen de problemen vrij snel. Ik kan me herinneren dat mijn zoontje Remi na een paar nachten al begon te klagen, dat hij bang was in het huis. Hij zei dat er een vreemde, donkere man in zijn kamer woonde en dat die donkere man hem wilde meenemen. Natuurlijk waren we verstandig genoeg om geen geloof aan zijn verhaal te hechten. Kinderen hebben vaker dit soort zelf verzonnen problemen, of ze zien vaker zelf ingebeelde gevaren, omdat een nieuwe woonomgeving vaak traumatiserend kan zijn voor hen. Jonge kinderen moeten na een verhuizing wennen aan een nieuwe leefomgeving, aan een nieuwe school, aan nieuwe vriendjes en aan de nieuwe woning. Daarbij verzinnen ze van alles, om hun ongenoegen kenbaar te maken. We spraken ons zoontje alle waanideeën uit zijn hoofd… dachten we! Die kleine rakker hield echter dapper vol. Weken vergleden en zijn situatie begon ons zorgen te baren, omdat hij werd lastig gevallen door nachtmerries. Midden in de nacht kon je hem horen huilen, of schreeuwen. Dan moesten we weer eens uit bed, om hem te troosten. Op den duur lieten we de verlichting in zijn kamer aan, zodat hij minder bang zou zijn. Ook dat hielp niet. Hij bleef bang en angstig en schichtig. Mijn kleine bengel, voordien uitbundig, extravert en vrolijk, begon te veranderen in een stille, in zichzelf gekeerd kind.
‘Mama,’ sprak hij op een avond tijdens het eten, ‘jij en pa geloven me niet. Maar ik verzin niets. Er is een man in huis. Een donkere man en die man wordt steeds bozer. Hij houdt van kleine kinderen, maar dan op een enge manier. Hij is niet lief en hij wil niet spelen. Hij zoekt me op in mijn dromen en hij maakt me bang! Ik wil niet in mijn kamer slapen! Mag ik bij jullie slapen? Toe… ‘
Een smekende blik volgde. Mijn man schoot die dag vreselijk uit zijn slof.

‘Luister jongen, ik zeg het nog één keer: jouw moeder heeft nooit iets gevoeld, of gezien en ik ook niet. Er zijn inmiddels vele familieleden en vrienden over de vloer geweest en niemand heeft iets raars meegemaakt. Ik heb twee nachten met jou meegeslapen, omdat je bang was. Er is niets gebeurd, ik heb niemand gezien. Ik ben dat gezeur van je spuugzat! Ophouden nu! Je hebt een mooie kamer, een eigen bed, eigen spullen… Jij zou blij moeten zijn. Je moet wennen aan je nieuwe omgeving, daarom doe jij zo raar! Ik zeg het nog één keer, Remi en daarna wil ik er nooit meer iets over horen. Er is niets en niemand in je kamer. Niemand! Je hebt nachtmerries, omdat jij jezelf bang maakt. De volgende keer, ik zweer het… de volgende keer, dat je weer over die onzin begint, ram ik je kop eraf! Nu mond houden en dooreten!’
Voor eventjes was mijn zoontje stil en daarna sprak hij snel: ‘Natuurlijk zie je hem niet, want je bent geen kind. Ik zie hem wel.’
Voordat ik hem kon tegenhouden, sprong mijn man overeind en verkocht mijn zoontje een enorme lel op zijn hoofd.
‘Eduard, ben je gek geworden?’ kreet ik, terwijl ik overeind sprong en beschermend mijn armen om mijn zoontje legde. Vloekend en tierend verliet mijn man de woonkamer. Hij keek niet meer om naar zijn eten.
Ik heb mijn man altijd gezegd: als je een kind slaat, sla dan op de billen, maar nooit op het hoofd, want je weet nooit wat je daar binnen beschadigt. Je bent misschien verbaasd, maar in Suriname was het destijds normaal om moeilijke kinderen een opvoedende, of corrigerende tik te verkopen. Ik vind het nog steeds normaal, dan ontsporen kinderen tenminste niet.

De dagen daarna hield mijn zoontje zich koest. Maar vier dagen later, terwijl ik het ontbijt aan het voorbereiden was in de keuken, kwam hij in de deuropening staan.
‘Ma, waar is papa?’
‘Pa is in de badkamer. Waarom?’
Ik keek om en raakte helemaal vertederd door de aanblik van zijn donkere ogen, zijn mahoniehouten huidskleur en de slaap die nog niet helemaal uit zijn ogen was verdwenen. Hij gaapte, rekte zich uit en leunde tegen de deurpost. Zo’n klein kereltje van zeven jaar kan soms heel vertederend zijn. Zijn gelaatstrekken veranderden. Wat keek hij opeens serieus en wat oogde hij ernstig.
‘Ma. Die man was er weer en hij heeft gezegd dat hij neef Alfons gaat meenemen. Vandaag.’
Ik maakte een luide tjoerrie, dat typisch Surinaamse zuiggeluid vol afkeuring, en keek hem waarschuwend aan.
‘Luister jongen! Hou je mond, voordat je vader je hoort, anders zijn de rapen gaar. Wil je weer een mep?’
Mijn zoontje keek bedremmeld naar de vloer, richtte zijn hoofd op en opeens kropen er tranen uit zijn ooghoeken. Ik was stomverbaasd, omdat ik niet gedacht had dat hij alles zo serieus nam.
‘Mama, luister dan alsjeblieft naar mij: kun je Alfons niet waarschuwen? Mama, hij gaat neef Alfons meenemen!’
Ik liet alle keukengerei los, liep naar mijn zoontje toe, drukte hem tegen me aan en gaf hem een stevige zoen op zijn voorhoofd.
‘Luister, er gebeurt niets met jou en ook niet met neef Alfons. Wij zijn er toch om jullie te beschermen? Wees niet bang en nu tranen drogen, mondje dicht, tanden poetsen en ontbijten, want als je vader dit hoort, dan zwaait er wat!’ sprak ik zachtjes.

Ik vergeet het nooit meer. Nooit! Om vier uur in de middag bereikte ons het bericht, dat mijn neefje Alfons, zoontje van mijn zusje, op weg van een vriendje naar huis, door een auto was overreden en overleden! De man die de slechte tijding bracht (een buurman van mijn zus) stond in onze voorkamer en keek verslagen voor zich uit.
‘Het spijt me van dit slechte nieuws,’sprak hij, ‘ik vind het heel erg. Voor jullie, maar ook voor mezelf. Alfons was een goede jongen. Vanaf zijn geboorte waren we al buren.’
Je wilt niet weten door wat voor horror ik overmand werd. Kippenvel over mijn hele lichaam, ogen groot en rond van verbijstering, terwijl ik met open mond naar mijn zoontje staarde, die tegen de eettafel leunde. Zijn gezicht was asgrauw en hij leek op een standbeeld. Mijn man was net thuis. Hij was zich aan het opfrissen en stond gekleed in een korte broek en een onderhemd, met een baddoek over zijn schouder naast mijn zoon.
‘Ik heb het je gezegd, ma! Ik zei je vanmorgen al dat die man Alfons zou meenemen en dat je hem moest waarschuwen, maar je geloofde me niet en nu is neef Alfons dood. Het is jouw fout! Jouw schuld! Het komt allemaal door jou!’ schreeuwde mijn zoon me verwijtend toe.
Het hoofd van mijn man ging heen en weer tussen mijn zoon en mij, alsof hij een tenniswedstrijd volgde.
‘Wat bedoelt Remi? Yvonne, wat bedoelt hij?’ sprak mijn man.

Ik weet nog dat ik naar adem hapte en daarna was er niets meer, behalve duisternis. Toen ik bij bewustzijn kwam, stonden mijn man, mijn zoontje, twee buurvrouwen en de persoon die het slechte nieuws had gebracht, over me heen gebogen. De bezorgdheid droop van hun gelaat. Moeizaam krabbelde ik overeind en daarna vertelde ik alle aanwezigen wat mijn zoontje die ochtend had verteld.

We wisten niet precies wat voor kwade macht er in onze woning huisde, maar we wilden er ook niet achterkomen. De dood van Alfons bewees, dat mijn zoontje niet gek was en zich niets verbeeldde, maar dat hij echt bezocht werd door een fantoom uit een andere wereld… en het fantoom had het op kinderen gemunt. Mijn Remi zou niet aan hem worden geofferd.
Binnen twee dagen was alles gepakt en trokken we weer in bij mijn ouders. In de weken daarna gebeurde er van alles. Angst regeerde. Angst voor het onbekende. Angst dat het spook, de geest, de jorka, of wat die vreemde entiteit in de vorige woning ook mocht zijn, met ons meeverhuisd was. Zou hij Remi blijven lastig vallen? Waren we wel veilig?
De ene gebedsdienst volgde de andere op. Lukumans en bonoemans kwamen en gingen. Rituele baden, uitdrijvingsrituelen, gebedssessies… Alles hebben we gedaan. Blijkbaar had alles wel effect, want mijn zoontje werd niet meer geplaagd door nachtmerries en kreeg geen bezoek meer van entiteiten uit de hel.

Vier jaar later vertrok mijn jongste zus naar Nederland. Mijn zoontje Remi was toen 11 jaar oud. Nog eens vier jaar later vertrok Remi zelf naar Nederland. Hij was toen 15. Remi kon namelijk heel goed leren. Hij was zeer intelligent. Volgens mijn zusje in Holland, moesten we hem in Nederland laten studeren, omdat daar veel meer kansen lagen in het onderwijs en het onderwijsniveau hoger lag dan in Suriname.
Al had ik inmiddels nog twee heerlijke kinderen erbij, twee geweldige, prachtige, gezonde dochters, toch was mijn moederhart ontroostbaar, omdat mijn oudste kind, mijn Remi, ons achterlatend naar Nederland vertrok. Ik wist dat mijn zusje goed voor hem zou zorgen en hij niets tekort zou komen, want ik kende mijn zusje. Maar een moederhart is moeilijk. Een moeder draagt een kind negen maanden in de buik. Haar binding met een kind is heel anders dan de binding tussen een vader en een kind: veel emotioneler, veel dieper.
Remi en wij hielden regelmatig contact met elkaar via brieven en middels telefoongesprekken. Ergens na een jaar viel het ons allemaal op, dat Remi zwaarmoedig was. Tijdens onze telefoongesprekken viel hij stil, of klonk hij depressief. De toon in zijn brieven werd ook steeds zwaarmoediger. Navraag aan mijn zusje leerde dat hij geen problemen had, dat hij goed meekwam op school, maar dat hij aangaf wel heimwee te hebben naar Suriname. We schreven de sombere toon in zijn brieven toe aan de toegenomen heimwee en sloegen er geen acht meer op.
Toen kwam de onheilstijding: één telefoontje. Eén telefoontje slechts tussen hemel en hel, één telefoontje tussen leven en dood, één telefoontje tussen geluk een eeuwigdurende pijn…

Mijn zwager belde, dat mijn zoon, mijn Remi, mijn oogappel, mijn eerstgeborene, het kind dat ik als eerste aan mijn borsten had gezoogd, mijn grootste rijkdom, zichzelf voor de trein had gegooid. Dood! Zelfmoord. Niemand wist waarom, niemand kon een reden bedenken, niemand had het zien aankomen. Zijn plotselinge overlijden kwam voor ons als een donderslag bij heldere hemel. Gehuild hebben we… gehuild… Dag en nacht. Mijn wereld stortte in.
Mijn man en ik zijn in Nederland geweest voor de begrafenis van mijn zoon. Mijn twee dochters hebben we in Suriname achtergelaten onder de hoede van mijn moeder. We hadden, ondanks steun van familie uit Nederland, niet voldoende geld om met ons allen naar Nederland te gaan. Nu ik je dit vertel, gebeurt er zoveel met mij. Er komt zoveel naar boven. Ik wil zoveel vertellen, maar tegelijkertijd wil ik je niets vertellen over de begrafenis van mijn zoon. Ik kan het niet aan. Het wordt me teveel. Eén ding wil ik wel kwijt: geen mens hoort zijn eigen kind te begraven. Het hoort niet, het past niet, het is tegennatuurlijk.

Er is daarna zoveel gebeurd; ergens verweet ik mijn zusje en zwager, dat ze dit niet hadden zien aankomen. Mijn man was verstandiger en gaf me een reprimande voor mijn verwijtende uitlatingen. Aan de andere kant zat mijn zusje uit zichzelf al vol schuldgevoelens, dat ze het vreselijke gebeuren niet had zien aankomen. Ook haalden we alle spullen van mijn zoon overhoop in de verwachting iets aan te treffen, waaruit zou blijken, waarom hij zelfmoord had gepleegd. Helaas! Gesprekken met zijn vrienden en klasgenoten brachten ook niets aan het licht.

Toen wij twee weken later in Suriname terugkeerden, werd me door mijn moeder een brief overhandigd. Er stond geen afzender op, maar de brief was wel aan mij en mijn man geadresseerd. Mijn moeder had de brief ontvangen, toen wij al naar Nederland vertrokken waren voor de begrafenis van Remi. Waarschijnlijk heeft Remi eerst de brief op de post gedaan en daarna heeft hij zichzelf van het leven beroofd. Als je even wacht, dan haal ik de brief.
Alsjeblieft: hier is de brief. U mag van mij de inhoud van de brief volledig overnemen in uw boek, maar geen adresgegevens en namen vermelden. Deze brief is mijn dreiging, mijn zwaard van damocles en tegelijkertijd het laatste teken van leven van mijn zoon Remi.

Lieve ma, beste pa,

Als jullie dit lezen, dan ben ik er niet meer. Waar ik dan ben, dat weet ik niet. Ik bid tot de Lieve Heer, dat Hij mij mag leiden en bevrijden van het kwaad, dat mij beloert.
Weten jullie nog, jaren geleden, toen wij in het vorige huis werden geplaagd door een verschijning? Weten jullie nog dat die vreemde verschijning, het leven van neef Alfons genomen heeft? Lieve mama, ik ben zo bang. Hij is terug! Hier, in Nederland en hij wil mij hebben. Mij alleen. Hij heeft me voor de keus gesteld. Of ik ga met hem mee, of hij neemt mijn twee zusjes mee. Mama, hoe kan ik hem mijn twee zusjes laten meenemen? Hoe kan ik hem jou en papa verdriet laten doen? Moet ik ter wille van mezelf, mijn eigen bloed opofferen?
Vergeef me vader, voor wat ik waarschijnlijk al gedaan heb. Ik heb het gedaan uit liefde: liefde voor jullie en liefde voor mijn zusjes. Ik hou van jullie allemaal, voor altijd. Lieve mama, ik had zoveel plannen, ik wilde jullie zo graag nog een keer zien, ik wilde met mijn zusjes kunnen spelen, ik mis Suriname. Ik ben in Nederland, maar mijn hart is in Suriname gebleven.
Bid voor mij, mama, bid voor mij.

Remi

Ik weet niet wat voor kwaad mijn Remi heeft afgepakt van mij. Zijn Remi en Alfons de enigen die ten prooi zijn gevallen aan de lange, donkere verschijning? Zijn er meerdere van die kwade wezens actief hier op aarde? Waar komen ze vandaan? Waarom worden ze niet gestuit door God? Hoeveel zelfmoorden komen door toedoen van deze hellebroedsels tot stand? Ik weet het niet… Op geen van de vragen heb ik antwoorden.
Ik weet dat mijn zoon aan mij is ontnomen door iets vreselijks en ik ben bang, heel bang… Zijn mijn andere kinderen veilig, of duikt die figuur binnenkort weer op, om hen ook aan mij te ontstelen? Die angst is vreselijk. Ik moet ermee leren leven.

Ik geef je een tip mee. Jij zegt dat je dit verhaal in een boek gaat opnemen, nou… Laat het dan ook een tip zijn voor de lezers: vertrouw op kinderogen! Kinderen zijn net honden: ze zien dingen, die ons volwassenen ontgaan. Kaffer je kind niet zomaar uit, verwijs niet al haar verhalen naar fabeltjesland, want kinder ogen zien meer dan jij en ik!


sarie torie.
*

Cultuurlobie

Re: Jorka Torie
« Reactie #2 Gepost op: 03 maart 2011, 22:50 »
Odie
Ik vond het verhaal heel zielig om te lezen. Dat ding die geest is een heel slechte geest en was dus niet goed verjaagd want hij is terug gekomen om zijn tol te eisen.

*

Boya

Re: Jorka Torie
« Reactie #3 Gepost op: 05 maart 2011, 19:46 »
Odie
Ik vond het verhaal heel zielig om te lezen. Dat ding die geest is een heel slechte geest en was dus niet goed verjaagd want hij is terug gekomen om zijn tol te eisen.


daarom , je moet weten hoe je iets verjaagt of bindt  :great: , zodat terugkomen of terughalen geen optie is
*

Elly

Re: Jorka Torie
« Reactie #4 Gepost op: 11 maart 2011, 13:42 »
Wat een vreselijk verhaal. Heel veel sterkte!
*

vishnu

Re: Jorka Torie
« Reactie #5 Gepost op: 05 april 2011, 19:21 »
bijna kun je een boek van schrijven

Re: Jorka Torie
« Reactie #6 Gepost op: 29 juni 2011, 13:10 »
Klopt, ik ken dit verhaal. Is uit het boek Yorka torie vaqn Rajinder Ramdhanie.
Dacht deel 2.
Als je ze vind, zijn beide de moeite waard.
*

Dogla--

Re: Jorka Torie
« Reactie #7 Gepost op: 03 juli 2011, 13:49 »
Klopt ze staan op internet (deel 2 althans)

dit is de link : http://www.genphoenix.nl/index.php?option=com_content&view=category&layout=blog&id=78&Itemid=67 als deze niet zichtbaar is stuur mij een berichtje en ik geef je de link  :great:

Odi nanga Lobi,

Dogla 01  :winktongue:
*

Radjindre Ramdhani

Re: Jorka Torie
« Reactie #8 Gepost op: 26 april 2012, 13:45 »
Mensen, dit verhaal komt uit mijn boek, Jorka Torie deel 2. Op allerlei Surinaamse podia circuleren verhalen uit verschillende van mijn boeken, ongevraagd. Is wel erg, hoor, als je bedenkt dat er auteursrechten op rusten, dat mensen zonder enige vorm van schaamte alles kopieeren. Maar goed, het is niet anders.
advertentie


*

Offline love-ly

  • so so lobi
  • ******
  • 8296
  • Just me
    • Bekijk profiel
Re: Jorka Torie
« Reactie #9 Gepost op: 26 april 2012, 13:56 »
Odi Radjindre,

Zoals je kan lezen staan die verhalen op internet voor een ieder om te lezen, heeft dus niets met surinaamse podia te maken.
Check je auteursrechten en beveilig wat van jou is, of wees blij dat je naamsbekendheid krijg je kan de dingen van 2 kanten bekijken in deze.

Love-ly
It's a Love-ly thing
*

Offline Loverboy

  • ******
  • 6342
    • Bekijk profiel
Re: Jorka Torie
« Reactie #10 Gepost op: 17 juli 2013, 00:08 »
Odi Radjindre,

Zoals je kan lezen staan die verhalen op internet voor een ieder om te lezen, heeft dus niets met surinaamse podia te maken.
Check je auteursrechten en beveilig wat van jou is, of wees blij dat je naamsbekendheid krijg je kan de dingen van 2 kanten bekijken in deze.

Love-ly

nu verkopen ze boeken meer, nu ze op cc staan
nu hoor je hem niet.
a seri e go :lol:
maak me blij, maak me gelukkig  en ik zal je geven wat je wenst.mijn naam is Loverboy
*

Dolga

Re: Jorka Torie
« Reactie #11 Gepost op: 13 februari 2017, 22:06 »
Zeer mooi en triest tegelijk prachtig verhaal het hart heeft geen rust...maar heeft liefde en troost

*

Dolga

Re: Jorka Torie
« Reactie #12 Gepost op: 13 februari 2017, 22:16 »
Zeer mooi en triest tegelijk prachtig verhaal het hart heeft geen rust...maar heeft liefde en troost

xx
Jorka Torie: Spookschool te Nickerie

Gestart door saka fasie Gepost op Waargebeurd | Ghost Story en Bakru Torie

12 reactie(s)
10277 x bekeken
Laatste bericht 17 mei 2014, 20:55
door nnie
xx
Mi torie

Gestart door blacksugard Gepost op Gedichten | Odo van de dag

1 reactie(s)
2293 x bekeken
Laatste bericht 18 april 2012, 09:33
door Loverboy
xx
SPOEKOE TORIE

Gestart door saka fasie Gepost op Waargebeurd | Ghost Story en Bakru Torie

5 reactie(s)
6611 x bekeken
Laatste bericht 17 november 2015, 07:46
door Loverboy
xx
Spoekoe torie

Gestart door saka fasie Gepost op Waargebeurd | Ghost Story en Bakru Torie

0 reactie(s)
5177 x bekeken
Laatste bericht 02 maart 2012, 12:53
door saka fasie
xx
ingi torie

Gestart door pikiengfutamara Gepost op Winti | Algemene vragen

0 reactie(s)
726 x bekeken
Laatste bericht 30 juli 2012, 20:17
door pikiengfutamara