Broer van slachtoffer decembermoorden verwacht doorgang proces

Categorie I Binnenland
0

Broer van de vermoorde journalist Bram Behr, Henri Behr, heeft de verwachting dat de Krijgsraad gewoon verder gaat met het 8 december proces.

Hij laat weten zeer tevreden te zijn over de wijze waarop de Krijgsraad de zaak heeft aangepakt. “De rechtsstaat is nog overeind” aldus Behr. Nu het Openbaar Ministerie de resolutie van president Desi Bouterse in het geding heeft gebracht, krijgen de advocaten de mogelijkheid om zich hierover uit te laten.

Na afloop van de zitting zei Behr tegen journalisten dat door de verdaging van de zitting, de advocaten nu de tijd hebben om de resolutie te bestuderen. Uiterlijk 8 juli moeten zij beschikken over de resolutie. Dit is bepaald door de president van de Krijgsraad, Cynthia Montnor-Valstein. Auditeur-militair Roy Elgin moet ervoor zorgen dat de advocaten de resolutie ontvangen. Op 5 augustus, wanneer de zitting plaatsvindt, zullen de advocaten duidelijk maken wat hun kijk is op de resolutie.

“De regering heeft gezondigd aan artikel 131 lid 3 van de grondwet,” vindt Behr. In dit artikel staat dat er geen inmenging mag plaatsvinden in een lopende rechtszaak. Volgens Behr heeft de regering zich hier wel schuldig aan gemaakt door gebruik te maken van artikel 148 van de grondwet. Over dit artikel, waarin de regering in concrete gevallen bevelen kan geven aan de procureur-generaal, stelt Behr dat dit alleen kan, wanneer de staatsveiligheid in het geding is. De procureur-generaal had dit eerst moeten onderzoeken alvorens over te gaan tot het besluit om de zaak op te schorten. “Wat wij hebben gemist, is dat de pg onderzoek doet naar de aard van de staatsveiligheid.” Behr vindt dat dit tot de taken behoort van de procureur-generaal.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here