Als ik het goed heb mag het geen familie lid zijn. Maar moet het iemand buiten de familie zijn.
Ik heb wel mijn nichtje gekocht.Ze was altijd ziek.
Ik ben een nicht van haar moeder,maar van vaderskant.En bij ons is het zo dat je bescherming geniet van je vader.
Sinds ik haar heb gekocht,gaat het goed met haar.Ik heb haar wel bij haar moeder gelaten,maar met de woorden;dat het mijn kind is en dat zij(de moeder) alleen haar vezorger is.
Zij zeggen ook tegen iedereen dat ze mijn kind is.