Suriname en 400 jaar New York

Wat jammer man, dat we New York toendertijd geruild hebben voor dat stukje nutteloze oerwoud Suriname! Wat hebben we daar nu aan gehad? Een klassieke CD die ik witte Nederlanders in de loop der jaren grijs heb horen draaien; vele verlichte geesten denken nog immer dat het ruilen van het toenmalige Nieuw Amsterdam (of Nieuw Nederland zoals je wilt) voor Suriname tot de grote historische missers behoort van de voorloper van het latere Koninkrijk der Nederlanden.

Jawel, de historische band tussen Nederland en New York staat momenteel meer in de spotlights dan ooit, aangezien het heden 400 jaar geleden is dat de Engelse kapitein Hudson in dienst van de VOC langs het eiland Manhatten voer met een schip genaamd de Halve Maen. Alex en Maxima naar New York om deze gebeurtenis ter plaatse van een feestelijk oranje randje te voorzien. Nederland apetrots; ik meende zelfs op een bepaald ogenblik van de beeldbuis af te horen komen dat de stichting van New York de grootste historische verworvenheid is van Nederland...Mwah, of de Native Americans hier ook zo mee in hun sas waren of de slaafgemaakte Afrikanen die letterlijk en figuurlijk Wall hebben gebouwd http://weblogs.nrc.nl/newyork/2005/12/13/wall-street-is-gebouwd-door-slaven/ weet ik eigenlijk niet.

En natuurlijk, ik vraag me ook ten zeerste af of de Republiek der Zeven Provinciën in die dagen wel zo ontevreden was met de deal die ze gesloten hadden met Engeland; Suriname is tropisch, aldaar kon je dus zeer lucratieve in de tropen gedijende gewassen verbouwen als suikerriet, cacao, koffie, thee, indigo, etc., die in die dagen in Europa goud opleverden. Doch wat kon je in het gematigde klimaat van New York nu verbouwen wat je in de Nederlanden niet kon verbouwen? Je kon er natuurlijk wat beverhuiden schieten, maar suikerriet verbouwen, op het tijdstip onder discussie het lucratiefste gewas ter wereld, was er beslist niet bij. De Verenigde Nederlanden hadden echt niet voor noppes decennia lang met Portugal gestreden om het bezit van het tropische Brazilië. Tevergeefs, maar met Suriname had men uiteindelijk dus toch een stukje 'tropisch paradijs' in bezit op het westelijk halfrond.

De republiek der Zeven Provinciën was ook in de ideale positie om eisen te stellen aan Engeland; de Verenigde Nederland hadden Engeland juist daarvoor tot op het bot vernederd in een oorlog. Dat valt gewoon te halen uit Engelse geschiedenisboeken. Want zo lezen we in A History of the British Isles: “Het falen in de tweede Anglo-Dutch war (1665-7), waaronder een vernederende aanval op de Engelse vloot aan de Medway (1667), werd gevolgd door het geheime verdrag van Dover met de machtigste katholieke monarch, Lodewijk XIV (1670). Charles beloofde in brede termen zich te bekeren tot het katholicisme en betreffende religie te restaureren in Engeland. De twee koningen zouden de handen ineen slaan om gezamenlijk Nederland, de leidende protestante mogendheid, aan te vallen.” Dus met andere woorden, de Engelse koning was dusdanig gekrenkt door de militaire vernederingen dat hij bereid was zijn ziel te verkopen aan de koning van Frankrijk om Nederland een lesje te leren.

Let wel, dat de ene kleptocratie die zetel had in een moeras de andere kleptocratie die opereerde vanuit een eiland de les las is voor ons van gener benefiet. Het punt is dat Nederland zich met militaire middelen in de positie had gemanouvreerd dat het zich de kersen van de taart kon toeëigenen, en dat was in die dagen dus luid en duidelijk een stukje tropen om hierboven reeds opgesomde redenen.

Tijdenlang ook waren Caribische eilanden als Barbados en Jamaica de kroonjuwelen van het Britse koloniale imperium, eensgelijk Frankrijk pronkte met Saint Dominque (latere Haïti). New York was destijds relatief onbelangrijk en kon zich juist daarom in de luwte ontwikkelen tot de wereldstad die het uiteindelijk geworden is. Er werd vanuit Europa met argusogen naar de diverse tropische koloniën gekeken. In die waardevolle tropische koloniën mocht er nooit een industrie ontwikkelen van het moederland; die tropische producten werden aldaar verbouwd maar mochten slechts in het 'moederland' worden bewerkt. Dat gold dus de facto niet voor de Noord-Amerikaanse koloniën, aldaar werd een industriële ontwikkeling gedoogd. In die atmosfeer konden de slavenhandelaren uit steden als New York en Boston welvarend worden met de driehoekshandel; molasses kopen in het Caribisch gebied, verwerken tot rum in Noord-Amerika, met die rum slaven kopen in Afrika, deze slaven weder verkopen in het Caribisch gebied, uit het Caribisch gebied weer molassen meenemen, circeltje rond; Africa's gift to America.

Resumerend, de Engelsen ruilden dus een lintworm voor een goudmijn; Engeland werd in retrospectie opgescheept met zijn eigen grootste concurrent. Terwijl Suriname Neerlands best bewaarde geheim is, zoals een Surinaamse econoom over enige tijd in boekvorm wereldkundig zal maken, in tegenspraak met al het ongefundeerde geëmmer dat al jaren de ronde doet van Suriname als economisch matig wijs makend overzees gewest.



Beste bezoeker, graag horen wij jouw commentaar/mening op dit artikel. Hiervoor moet u ingelogd zijn zodat andere leden kunnen reageren op jouw mening.
 
 
Wachtwoord vergeten? Klik hier
Nog geen lid? Klik hier om gratis lid te worden.